Antwerp Declaration Monitoring Report onthult dat 83% van de EU-concurrentiekrachtindicatoren stagneert of verslechtert
Nieuw rapport van Deloitte, in opdracht van Cefic, toont aan dat de EU-industrie terrein verliest aan wereldwijde concurrenten zoals de VS en China, met een duidelijk concurrentievoordeel in slechts 14% van de gebenchmarkte domeinen.
Brussel, 11 februari 2026 - Het eerste jaarlijkse Antwerp Declaration Monitoring Report, opgesteld door Deloitte in opdracht van Cefic, toont een scherpe daling van de industriële concurrentiekracht van de Europese Unie. De uitgebreide, data-gedreven analyse toont aan dat voor 83% van de belangrijkste prestatie-indicatoren (KPI's) geen verbetering of zelfs een verslechtering is opgetreden sinds de ondertekening van de Verklaring van Antwerpen in 2024. Het rapport belicht aanhoudende uitdagingen – waaronder significant hoge energieprijzen, de trage uitrol van infrastructuur en een zware regeldruk – die de economische stabiliteit van de EU ondermijnen en een directe bedreiging vormen voor de industriële kern van België.
Voortbouwend op de tien pijlers van de Antwerp Declaration for a European Industrial Deal, biedt het rapport een concreet beeld van de vooruitgang van de EU. Het volgt de jaarlijkse prestaties van de EU en benchmarkt deze tegen belangrijke wereldspelers, waaruit blijkt dat internationale concurrenten zoals China en de VS er systematisch beter voor staan en vaak sneller vooruitgang boeken. De analyse toont aan dat de EU slechts in drie van de 22 internationaal gebenchmarkte domeinen een duidelijk concurrentievoordeel heeft: het gebruik van biomassa voor biomaterialen & bio-energie, het gebruik van circulaire materialen en regulatory sandboxes. Deze weinige sterktes volstaan niet om de algehele concurrentiepositie van de EU te herstellen, wat leidt tot een de-industrialisering van haar open economie.
Aanhoudend hoge energieprijzen en infrastructurele knelpunten beïnvloeden de EU-industrie
Energie blijft een kritiek pijnpunt. In 2024 was de gasprijs voor industriële gebruikers in de EU 4,6 keer hoger dan in de VS, terwijl de elektriciteitsprijs 2,4 keer hoger was dan in China, de VS en India. Dit probleem is bijzonder acuut in België, waar de industriële elektriciteitsprijzen 12% tot 23% hoger liggen dan in de buurlanden, wat een aanzienlijk concurrentienadeel creëert, zelfs op lokaal niveau. Deze kloof in elektriciteitsprijzen tussen de EU en andere regio's wordt veroorzaakt door de elektriciteit productiekost, verergerd door stijgende netwerkkosten (+46% sinds 2019) en niet-recupereerbare belastingen (+15%). Hoewel de EU haar capaciteit voor schone energie uitbreidt, doet China het vijfmaal beter. Bovendien blijft de EU-markt voor stroomafnameovereenkomsten (PPA) klein, goed voor slechts 6,4% van de totale capaciteit aan schone energie, waarbij energie-intensieve industrieën moeite hebben om contracten tegen concurrerende prijzen af te sluiten.
De uitrol van infrastructuur houdt geen gelijke tred met de industriële behoeften. Een sterk verbonden netwerk en een goed functionerende flexibiliteitsmarkt zijn essentieel om het potentieel van hernieuwbare energie te ontsluiten, de energiekosten te verlagen en de elektrificatie van industriële eindgebruikers te ondersteunen. Ondanks toegenomen investeringen vormen lange wachtrijen voor netaansluitingen, met wachttijden van 7 tot 10 jaar, een duidelijk knelpunt voor elektrificatie. De eigen infrastructurele uitdagingen van België blijken uit de elektriciteitsinterconnectiviteitsgraad van 13,5%, wat onder de EU-doelstelling van 15% ligt. De EU scoort ook ver onder haar doelstellingen voor CO₂-opslag (CCS), met slechts 0,6 Mtpa aan operationele capaciteit tegenover een doelstelling van 50 Mtpa voor 2030. Hierdoor is 2026 een cruciaal jaar voor de CCS-waardeketen, waarbij verschillende Belgische vlaggenschipprojecten voldoende de-risking van hun businesscase nodig hebben om een definitieve investeringsbeslissing te kunnen nemen.
Regeldruk en gefragmenteerde financiering belemmeren investeringen
Het complexe regelgevingslandschap van de EU vormt een groeiende belemmering voor investeringen. Het aandeel EU-bedrijven dat bedrijfsregulering als een groot obstakel beschouwt, is de afgelopen vier jaar met 42% gestegen. De vergunningsverlening voor industriële projecten duurt gemiddeld 1 tot 3 jaar, met uitschieters tot meer dan 6 jaar. Deze vergunningen worden vaak verlengd door beroepsprocedures en het hele proces wordt als twee keer zo lang beschouwd als in andere regio's. Deze administratieve last vergt aanzienlijke tijd van het senior management: EU-bedrijven besteden 1,5 keer meer senior personeel aan regulatory compliance dan Amerikaanse bedrijven en 11 keer meer dan in China.
De financiering van de industriële transitie is ook een grote uitdaging. Ondanks aanzienlijke toezeggingen van de EU en de lidstaten blijven er structurele financieringstekorten bestaan, wat wordt geïllustreerd door een overtekeningsgraad van 513% voor het Innovatiefonds in 2024. Dit uitdagende investeringsklimaat creëert een paradox voor innovatieleiders zoals België, dat sterk scoort met een 6e plaats in de EU voor innovatieprestaties, maar op de 8e plaats staat voor cleantech-financiering, ver achter buurlanden Duitsland en Nederland. De recent aangekondigde budgetverhoging van het Vlaamse Carbon Contracts for Difference (CCfD)-mechanisme is een belangrijke stap om de kloof te dichten. De financieringsarchitectuur blijft echter complex en gefragmenteerd, met een ongelijke verdeling van steun over de lidstaten, wat de EU benadeelt ten opzichte van de grootschalige, eenvoudigere instrumenten in de VS en China.
Hierdoor blijft de algehele innovatie in de EU achter bij wereldwijde concurrenten; de innovatieprestaties van de EU liggen 15 procentpunten lager dan die van de VS. Het innovatie-ecosysteem van de EU wordt gehinderd door een hogere risicopremie op aandeleninvesteringen, wat deze minder aantrekkelijk maakt. Ook de durfkapitaalfinanciering in de EU blijft ver achter die van de meer mature Amerikaanse markt, die een meer risicotolerante ondernemerscultuur biedt. Dit wordt verder verergerd door een achterstand in patentaanvragen; China domineert nu het patentlandschap en dient ongeveer 17 keer meer aanvragen in dan de EU.
"Deze bevindingen verleggen het gesprek van symptomen naar de hoofdoorzaak: de EU verliest de wereldwijde race om industriële investeringen," zegt Frederik Debrabander, Industry Leader voor Energy, Resources & Industrials bij Deloitte. "Het gaat niet alleen om energiekosten; het gaat om het fundamentele investeringsklimaat. Wanneer kapitaal geconfronteerd wordt met een wachttijd van zeven jaar voor een netaansluiting, een overtekening van 500% op innovatiefinanciering en een complex regelgevingskader, zal het onvermijdelijk ergens anders naartoe vloeien. Om de industriële transitie van stroom te voorzien, moet de EU een magneet voor kapitaal worden, geen doolhof. Dit vereist concurrentiekracht als voorwaarde, met een onderliggende radicale vereenvoudiging en versnelde uitrol van de kerninfrastructuur waar industriële investeerders van afhankelijk zijn."
"Na drie jaar van strategische onzekerheid markeert 2026 een beslissend keerpunt. Geopolitieke volatiliteit is niet langer een beperking, maar een katalysator voor actie. CEO's omarmen steeds meer een investeringsmentaliteit die gebaseerd is op pragmatisme en veerkracht," aldus Rolf Driesen, CEO van Deloitte België. "Dit rapport dient als een wake-upcall voor België en de EU op een cruciaal kantelpunt. Onze competitieve troeven zijn onmiskenbaar: we behoren tot de EU-leiders op het gebied van circulariteit en zijn een top-5 motor van de intra-EU-handel. Toch eroderen deze voordelen sneller dan we ze kunnen herstellen. Het bewijs is onmiskenbaar – we staan op een kruispunt. Om de 38.000 banen te realiseren die binnen bereik liggen, zoals berekend door het Federaal Planbureau, en om ons industrieel fundament te versterken, heeft België een ambitieuze, Europese Industrial Deal in uitvoering nodig. Dit vraagt om onmiddellijke actie op twee fronten: het ontmantelen van ons structurele kostennadeel op energiegebied en het radicaal vereenvoudigen van de regelgevingscomplexiteit. Dit zijn geen aspiratieve doelen, maar voorwaarden om de aanzienlijke economische waarde te ontsluiten die verankerd ligt in ons R&D-ecosysteem, onze productiebasis, de veerkracht van onze toeleveringsketen en onze kwalitatieve werkgelegenheid."
Onderbenutte hefbomen en onbedoelde gevolgen
De analyse legt verdere complexiteiten in de huidige aanpak van de EU bloot, waarbij sommige beleidsinstrumenten onderbenut blijven terwijl andere onvoorziene negatieve gevolgen hebben. Zo vertegenwoordigen overheidsopdrachten 14% van het bbp van de EU, wat de gemiste kans van verplichte groene overheidsopdrachten als vraagstimulerende hefboom benadrukt. Tegelijkertijd creëert het huidige vraagbeleid van de EU andere uitdagingen. Met een gemiddelde van zeven milieu-stimulansen voor consumenten per lidstaat (ver boven het Amerikaanse gemiddelde van 1,8), ondersteunt de EU effectief de vraag naar producten als elektrische voertuigen en zonnepanelen. Dit versterkt echter onbedoeld de industriële export van China en vergroot de afhankelijkheid van toeleveringsketens. Tegelijkertijd stuiten de ambities van de EU op het gebied van de circulaire economie op hindernissen. En hoewel België op dit vlak een koploper is met een circulair materiaalgebruikspercentage van 22,7%, toont de bredere EU-trend aan dat slechts 5% van de verbruikte grondstoffen als afval wordt verhandeld, wat het potentieel voor een echt circulaire markt beperkt.
Dit eerste jaarlijkse Monitoringsrapport markeert het begin van een continue opvolging van de vooruitgang. Regelmatige monitoring zal essentieel zijn om ervoor te zorgen dat concrete acties tijdig worden ondernomen, zodat de EU haar industriële relevantie en concurrentiekracht op het wereldtoneel kan herstellen.
***
Over het rapport
Het Antwerp Declaration Monitoring Report is opgesteld door Deloitte in opdracht van Cefic. Het biedt een uitgebreide, data-gedreven beoordeling van de vooruitgang van de EU bij de implementatie van de tien belangrijkste pijlers die in de Verklaring van Antwerpen zijn uiteengezet. Door systematische dataverzameling en -analyse, getrianguleerd met uitgebreide raadpleging van experts en vertegenwoordigers uit de gemeenschap van de Verklaring van Antwerpen, levert het rapport een transparant overzicht van de vooruitgang van de EU in de tijd en benchmarkt het haar prestaties ten opzichte van belangrijke wereldspelers.
Deloitte in België
Met meer dan 5.400 medewerkers in 11 kantoren in België is Deloitte de grootste organisatie op het gebied van audit, accountancy, juridisch en fiscaal advies, consulting, financial advisory services en risk advisory services. Onze diensten zijn gericht op de grootste nationale en internationale ondernemingen, maar ook op kmo's, de publieke sector en non-profitorganisaties. Deloitte België is een onafhankelijke en autonome organisatie en een lid van Deloitte Touche Tohmatsu Limited. Voor het boekjaar 2025 werd een omzet van € 822,2 miljoen gerealiseerd.
Deloitte Belgium BV is de Belgische dochteronderneming van Deloitte NSE LLP, een lid van Deloitte Touche Tohmatsu Limited dat zich richt op de hoogste kwaliteit in het leveren van professionele diensten en advies. Haar diensten zijn gebaseerd op een wereldwijde strategie die meer dan 150 landen omvat. Hiervoor is de expertise van meer dan 470.000 professionals beschikbaar op alle continenten. Voor het boekjaar 2025 bedroeg de omzet meer dan 70,5 miljard US dollar.
Deloitte verwijst naar een Deloitte-lidfirma, een of meer geassocieerde ondernemingen, of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in het VK ("DTTL"). DTTL en haar lidfirma's zijn elk juridisch afzonderlijke en onafhankelijke entiteiten. DTTL (ook bekend als "Deloitte Global") levert geen diensten aan klanten. Bezoek http://www.deloitte.com/about voor een meer gedetailleerde beschrijving van de juridische structuur van DTTL en haar lidfirma's.


Isabel Box